reputatie
Bericht Tagged Met ‘reputatie’
#PICNIC11: slacktivism, the lazy man’s protest

Een van de sessies waarmee de tweede dag van PICNIC 2011 van start ging was “Slacktivism: How to Get Media Attention for Your Cause“. Onder leiding van TNO en met medewerking van Mark Woerde van Lemz werd ingegaan op de manier waarop online actie wordt gevoerd op een laagdrempelige, simpele, “luie” manier en op hoe bedrijven dat in hun voordeel kunnen gebruiken.
Slacktivism is een samenstelling van slacker en activism en beschrijft de vaak gemakzuchtige manier waarop mensen zich aan een doel verbinden, meestal ook met als enige doel om zichzelf er beter bij te voelen. De simpelste vorm is bijv. het dragen van een t-shirt gewijd aan een doel of ideaal.

Ook online petities en soortgelijke acties worden onder deze, enigszins neerbuigende, term gevangen. David Langley, Senior Research Scientist bij TNO, startte de sessie met het geven van een aantal voorbeelden van deze vorm van online actievoeren, zoals Greenpeace vs KitKat/Nestlé, de Groene Sint van Oxfam Novib en een petitie tegen 1-800-FLOWERS, de Amerikaanse Fleurop.
Deze laatste organisatie werd opgeroepen de dwangarbeid bij het kweken van de door hun verkochte bloemen terug te dringen. En al bij minder dan 10.000 ondertekeningen maakte het bedrijf bekend maatregelen te nemen om dat te realiseren. Er zijn dus lang niet altijd grote massa’s nodig om een gewenst resultaat te bereiken.
De kracht van online slacktivism ligt hem in de eenvoudige manier waarop informatie gedeeld kan worden, m.n. via social media, en mensen aangezet kunnen worden tot laagdrempelige actie als het ondertekenen van een petitie, doorsturen van een bericht, etc. Dit heeft er ook voor gezorgd dat bedrijven en organisaties kwetsbaarder zijn geworden voor deze vorm van actievoeren. Maar de vraag rijst waarom sommige campagnes succesvoller zijn dan andere.
Onderzoek TNO
Om dat te achterhalen, doet TNO onderzoek naar het verschijnsel. Het doel ervan is om te achterhalen welke strategieën werken, hoe organisaties die het slachtoffer zijn van een campagne moeten reageren, of en hoe dit soort acties proactief te voorkomen zijn en hoe ‘het spelletje gespeeld moet worden’.
In het kader van dit onderzoek heeft TNO een onderzoek gedaan met een fictieve case. Vervolgens zijn respondenten ondervraagd over tal van aspecten, zoals de vraag of ze de actie zouden steunen, wat het effect ervan was op hun perceptie van het bedrijf, etc. Tijdens de sessie werd de primeur gegeven van de eerste onderzoeksresultaten:
- Wat een bedrijf (of organisatie) ook doet als reactie op een campagne, hun reputatie is aangetast.
- Het slechtste wat een bedrijf kan doen is de actie negeren.
- Een tegenaanval vanuit het bedrijf leidt tot een significant lagere koopintentie.
- In sommige gevallen leidt de reputatie van het bedrijf er minder onder als het verkiest de discussie aan te gaan met de actievoerder(s) i.p.v. toe te geven aan hun eisen.
Verder benoemt het onderzoek de componenten waaruit een actie is opgebouwd, te weten:
- Attacker: welke partij initieert de actie; dat kan een partij als Greenpeace zijn, een minder bekende NGO of een individu;
- Emotion: aan welke emotie appelleert de actie?
- Social proof: hoe worden data uit de sociale omgeving van de ontvanger gebruikt om deze te overtuigen tot deelnamen?
- Concrete call to action: wat moeten mensen doen om deel te nemen en op welke manier worden ze daartoe aangezet?
In een interactief experiment moesten de aanwezigen 10 keer een favoriet kiezen uit 3 verschillende actievoorbeelden, waarbij bovenstaande variabelen voortdurend werden gemixt. De uitkomst van dit korte, en volledig niet-representatieve, onderzoek gaf een inzicht in welke variabele het meest effect heeft op de bereidheid van de doelgroep om aan de actie deel te nemen. TNO zal mogelijk als vervolg nader onderzoek naar verrichten.
Slacktivism voor en door bedrijven
Maar bedrijven hoeven niet per se alleen het slachtoffer te zijn van slacktivism. Mark Woerde, mede-oprichter en strategy director bij Lemz, oprichter van Letsheal.org en schrijver van het boek “How Advertising Will Heal the World and Your Business” (te koop bij Bol.com, maar ook gratis te downloaden), ging in op de manier waarop bedrijven dezelfde mechanismen kunnen gebruiken.
Uit onderzoek dat Woerde verrichtte, bleek dat mensen vaak anderen willen helpen maar de inspiratie missen om te bedenken hoe. Daar kunnen bedrijven op inspringen door hun financiële en marketingkracht in te zetten om mensen te helpen elkáár te helpen. Als voorbeeld noemde hij de Nationale Burendag, geïnitieerd door Douwe Egberts (en bedacht door Lemz), waaraan meer dan 1 miljoen Nederlanders deelnamen. Het bleek dat veel mensen best contact willen met hun buren, maar denken dat hun buren dat niet willen. Op Burendag wordt de sluimerende behoefte gefaciliteerd en buurtgenoten met elkaar in contact gebracht.
Deze actie werkt volgens Woerde vooral goed omdat het gegeven van sociale cohesie goed past bij de core business van DE, koffie. En volgens hem zouden veel meer bedrijven een deel van hun vaak enorme marketingbudgetten beter kunnen besteden aan soortgelijke campagnes en daarmee de wereld kunnen redden.
Dat klinkt idealistisch, maar Woerde beseft dat er altijd een egocentrisch aspect zit aan het helpen van anderen. Het geeft ze een doel in het leven en is ook goed voor de helper zelf, zoals het laatste deel van de titel van zijn boek, “and your business”, aangeeft. Consumenten begrijpen en accepteren dat ook, mits het bij het bedrijf en merk past. Als TNT bijv. communiceert dat honger voor een groot deel logistiek probleem is, begrijpt en accepteert iedereen dat TNT een rol kan spelen bij de bestrijding ervan.
Er zijn talloze voorbeelden te bedenken waarbij die relatie mist, in ieder geval in de ogen van de buitenwereld, zoals de “Real Beauty”-campagne van Dove en “Spreading Happiness” van Coca-Cola. Dan lijkt er meer sprake van greenwashing, waarbij het bedrijf zichzelf ‘groener’ of meer maatschappelijk verantwoord voordoet dan het is. Consumenten prikken daar sneller doorheen dan bedrijven beseffen, wat het belang van een authentieke aanpak alleen maar groter maakt.
Misschien wordt dat wel de nieuwe trend: bedrijven die zelf actievoeren om zich te wapenen tegen acties tégen hen. Als dat, zoals Woerde bepleit, de wereld beter maakt, lijkt dat me een prima ontwikkeling. Nu maar hopen dat dat geen naïeve gedachte blijkt.
Onderzoek: 68% van de Nederlanders gebruikt sociale netwerken
Gisteren heeft InSites Consulting het onderzoek “Social media around the world” gepubliceerd. InSites Consulting is in juni marktonderzoekbureau van het jaar 2011 geworden. De jury sprak van een organisatie die ‘tot het uiterste gedreven’ is. Het bureau heeft een uitgebreide enquête gehouden onder meer dan 9.000 consumenten in 35 landen. Ik zal hieronder een korte samenvatting geven met de meest opmerkelijke conclusies uit het onderzoek voor de Nederlandse markt.

73% van de internetgebruikers gebruikt sociale netwerken.
Binnen Europa maakt 73% van de internetgebruikers gebruik van sociale netwerken. In totaal zijn dit circa 347 miljoen mensen. Facebook is het populairste sociale netwerk, met maar liefst 62% van de gebruikers. Een Facebook gebruiker verblijft gemiddeld maar liefst 37 minuten per dag op Facebook. De penetratiegraad van Twitter en LinkedIn is in Europa een stuk lager, met respectievelijk 16% en 11% van de internetgebruikers. Als wordt gekeken naar het gemiddelde van Europa, scoren voornamelijk Oost- en Zuid-Europa goed wat betreft het gebruik van social media. De cijfers tonen verder aan dat sociale netwerken in alle lagen van de samenleving zijn doorgedrongen. Uit analyse blijkt dat de gebruikers van sociale netwerken divers zijn, wanneer wordt gekeken naar onder andere leeftijd en opleidingsniveau. Zo blijkt bijvoorbeeld dat maar liefst 16% van de Facebook gebruikers 55+ zijn.
Hyves blijft binnen Nederland de grootste
In Nederland maken ongeveer 10 miljoen Nederlanders gebruik van sociale netwerksites (68%). Voorlopig is Hyves het populairste sociale netwerk, met 50% van de Nederlandse gebruikers. Facebook blijft echter groeien en heeft op dit moment een penetratiegraad van 44%.

Twitter blijft een uitzonderlijk social media kanaal
Het InSites Consulting onderzoek laat zien dat Twitter de uitzondering is onder de sociale netwerken. 80% van alle Europeanen kent Twitter, maar hiervan maakt slechts 16% gebruik van de microblogging dienst. Deze gebruikers maken gemiddeld 23 minuten per dag gebruik van Twitter. Desondanks wordt er wel een groei verwacht wat betreft het aantal Twitter gebruikers. Maar liefst 28% van de internet gebruikers heeft de intentie om op korte termijn gebruik te maken van Twitter.
In vergelijking met de overige sociale netwerken kan de conclusie worden getrokken dat Twitter een uitzonderlijk social media kanaal is. Het aantal mannelijke Twitter gebruikers is groter dan het aantal vrouwelijke gebruikers. Verder is de gemiddelde leeftijd op Twitter lager dan op Facebook. Het directe effect van links op Twitter lijkt beperkt, omdat het aantal mensen relatief beperkt is. Echter hebben de berichten op Twitter indirect een relatief groot effect. Journalisten volgen Twitter berichten op de voet en veel Tweets worden door journalisten in diverse media gebruikt, waardoor de impact van een Twitter link op de traditionele media groter is dan links op Facebook.

51% van de Europese gebruikers volgt een merk
Circa 5 van de 10 Europeanen die een profiel op een sociaal netwerk heeft, volgt ten minste één merk. Er zijn 4 sectoren erg populair: media, mode, voedingsmiddelen en retail. Het InSites Consulting onderzoek toont aan dat mensen vooral fan van een product worden, wanneer ze het daadwerkelijk hebben gebruikt. Mensen verwachten dat bedrijven hen exclusieve promoties en informatie via sociale netwerken kunnen bieden. Maar liefst 58% van de fans verwachten extra promoties van het merk te ontvangen. 57% wil uitnodigingen van evenementen ontvangen en 58% kijkt uit productgerelateerde informatie. Binnen Nederland volgt 30% van de sociale netwerkers een merk.
Consumenten willen deel uitmaken van een bedrijf
Een deel van de consumenten wil graag betrokken worden bij het management van hun favoriete merk. 53% van alle Europese gebruikers willen graag ideeën delen met een bedrijf en 44% haalt voldoening uit de co-creactie van nieuwe producten en diensten. Het betrekken van betrokken consumenten bij het management van uw bedrijf via social media biedt kansen.

Online reputatiemanagement
Verder bevat het onderzoek de opmerkelijke conclusie dat positieve conversaties over merken een grotere impact hebben dan negatieve conversaties. Consumenten delen liever positieve ervaringen, lezen liever positieve ervaringen en nemen dit mee in het beslissingsproces. Ook is het voor merken van belang om te zorgen voor eenduidige communicatie! 12% van de social media gebruikers ziet een verschil tussen de online communicatie van merken en de offline beleving.
Onderstaand de presentatie van het onderzoek van InSites Consulting :
Gerelateerde berichten:
- 50% van de populairste websites gebruikt Google Analytics
- Social media: 10 redenen waarom het een meerwaarde is voor bedrijven
- Revolutie: Recruitment via Social Media
10 SEO tips voor 2011 – 10 seo tips voor 2011 zoekmachineoptimalisatie SEO
10 SEO tips voor 2011 is een bericht van: Ber|Art Visual Design and WordPress Webhosting
10 SEO tips voor 2011
In het algemeen geldt dat zoekmachineoptimalisatie ( SEO ) een drietal analysegebieden beslaat:
1. Optimalisatie van OnPage – / OnSite factoren (de structuur, inhoud en techniek op een website)
2. Maximalisatie van externe backlinks (ook wel link building genoemd)
3. Trefwoordanalyse (het ontdekken van interessante trefwoorden, het bepalen van het zoekvolume op die trefwoorden en het analyseren van de hoeveelheid, kwaliteit en autoriteit van concurrerende pagina’s voor die trefwoorden).
Over het algemeen kun je zeggen dat de beste optimalisatie voor een website het leveren van kwalitatief hoogstaande inhoud (zgn. “content”) is in combinatie met een gedegen structuur.
Zoekmachines gaan namelijk op zoek naar de beste inhoud voor de gebruikers van de zoekmachine, en een goede inhoud is daarom een noodzaak.
Vaak wordt er rekening gehouden met keyword dichtheid, de title tag en het juiste gebruik van headers. Door juiste (X)HTML te gebruiken wordt er gewicht toegekend aan tekst. Zo weegt tekst tussen <h1> tags binnen websites zwaarder dan tekst tussen paragraph – <p> – tags.
Veel bedrijven geven soms veel geld uit aan reclame, maar besteden te weinig werk aan de inhoud van hun website. Wie goed gevonden wil worden op bepaalde producten zal in de eerste plaats er zoveel mogelijk over moeten vertellen en ervoor zorgen dat deze informatie goed geïndexeerd kan worden.
10 seo tips voor 2011
1. Zorg voor een schone website
Maak een duidelijk en overzichtelijke website. Controleer of uw website op dode links heeft. Los html en css fouten op. Dit zorgt ervoor de de zoekrobot gemakkelijk en snel uw website kan indexeren. Controleer uw website op fouten, gebruik ook de W3C Validator van w3.org. Bing heeft al aangekondigd dat een foutloze website een hogere ranking heeft als een website vol HTML fouten, volgt Google in 2011?
2. Gebruik de juiste keywords
Als u met een nieuwe website gaat proberen te scoren met een concurrerend keyword zal dit erg moeilijk worden. Probeer in de plaats daarvan de pagina te optimaliseren op longtail keywords. Voor het vindbaar maken van uw website is een gedegen keyword onderzoek erg belangrijk. Keyword research is een belangrijk onderdeel voor de zoekmachine optimalisatie van uw website. Gebruik onder andere het zoekvenster van Google om keyword zinnen te vinden die uw potentiele klanten gebruiken.
3. Maak leesbare url’s
Denk goed na over de url als u werkt met een CMS systeem. Zorg ervoor dat uw URL een indicatie is van het soort informatie dat uw bezoekers zal tegenkomen op die pagina.
4. Optimaliseer de Title tags
Unieke title tags zijn een erg belangrijke zoekmachine optimalisatie factor. Besteed hier veel aandacht aan het moet zeker opgenomen worden in uw SEO plan.
5. Controleer uw ALT-tags
Hoewel het niet noodzakelijk is voor een hoge ranking is het wel heel belangrijk dat de alt tags van de images gevuld zijn en voorzien van relevante keywords. Google ziet in ieder geval dat u een professionele website heeft.
6. Inkomende links
Het verkrijgen van goede inkomende links is een tijdrovende bezigheid. Maar er zijn een aantal inkomende links die u snel kunt krijgen controleer onder andere of de branche organisaties waar u lid van bent naar uw website linken en ga deelnemen aan gerelateerde forum/blogs. Controleer hoeveel inkomende links uw website heeft.
7. Interne links
Dit is een erg belangrijke SEO factor voor 2011, pagina’s zonder inkomende links komen niet in de index van de zoekmachine. Dus zorg voor veel interne links met goede anchor teksten naar pagina’s die je vindbaar wil maken.
8. Update uw content regelmatig
Houd uw website/blog up to date. Dit zorg dat de zoekrobots regelmatig terugkomen en uw informatie blijft actueel voor de bezoekers.
9. HML/XML sitemap
Het creëren van een HTML en XML sitemap is noodzakelijk en maakt het makkelijker voor de zoekmachine robots om uw website beter te begrijpen. Sinds kort kunt u ook zien hoeveel pagina’s van de XML sitemap in de web index staan in google webmaster tools.
10. Maak gebruik van social media
Steeds meer bedrijven worden bewust van de kracht van social media marketing. Twitter en Facebook zijn de nieuwe zoekmachines van 2011. Zorg dat u aanwezig bent op deze 2 websites. Maak een pagina en tweet of post regelmatig. Ga op zoek naar fans en volgers. Het is een geweldige manier om aan de reputatie van uw website te werken en veel relevante inkomende links te krijgen.
Bron: SEOlab
.
.
![]()
Berrie Pelser, Ber|Art Visual Design:
Ber|Art is een zakelijke Internet service provider c.q. webhoster die gespecialiseerd is op het gebied van betrouwbare en veilige kwaliteit hosting, WordPress Hosting en (web) design. De onderneming levert, in nauwe samenwerking met partners, oplossingen aan het MKB op het gebied van SEO, domein, shared, applicatie en e-commerce hosting als mede managed colocated server hosting.
Ber|Art WordPress SEO Domein Magento Typo3 Google VPS Cloud Hosting Design at Ber|Art
Hosting catergoriën: Cloud Computing, Domeinen, Google nieuws, Google seo, Hosting nieuws, Internet, Magento, Overige, Security, seo, Webdesign, Webhosting, WordPress, Social Networks, Forums WordPress Weblogs: WordPress Host, Webwinkel Host, WPMU, European Cloud Computing
![]()
Nieuwste berichten:
Vergelijkbare berichten:
- SEO Checklist
- 51 SEO Google Tips
- 12 Google SEO Tips
- WordPress SEO 2011
- SEO Links met WordPress
- SEO en Social Media
- Zoekmachine Optimalisatie
- Google SEO SEM Tips
- Hoe schrijf je een goede Tweet?
- Linkbuilding SEO
- SEO Plan
- Google zoekmachine SEO
Originally posted 2010-10-03 12:06:42.
Social media voor SEO
Search Engine Optimisation ofwel zoekmachine optimalisatie is het verbeteren van de zichtbaarheid van websites in de verschillende zoekmachines. Hoe hoger een website in de relevante en organische zoekresultaten van zoekmachines staat hoe meer bezoekers een website via een zoekmachine krijgt. Het verbeteren van de zichtbaarheid van websites in zoekmachines gebeurt via veel verschillende aanpassingen op een website zoals: het aanvullen van de content met bepaalde zoekwoorden waarmee hoger gescoord kan worden, het verbeteren van de structuur zodat zoekmachines makkelijker de websites kunnen indexeren en het zorgen van meer links die naar de website verwijzen.
Zoekmachines maken sinds enkele jaren steeds meer gebruik van Blended Search, dit houdt in dat zoekmachines niet alleen de tekstresultaten van webpagina’s tonen maar ook video’s, afbeeldingen, nieuws, blogs en discussies tonen. Sinds een tijdje zijn zoekmachines ook bezig om social media te betrekken in de zoekresultaten.
Vaak als er over SEO wordt gesproken worden termen als zoekwoorden, linkbuilding en landingspagina’s veelvuldig gebruikt, echter vergeten velen dat er nog meer aspecten van belang zijn, zoals social media, die een toegevoegde waarde kunnen leveren. De volgende aspecten van social media dragen bij aan SEO:
Google realtime – search
Sinds 2009 had Google een contract met Twitter om hun updates op te nemen in de zoekresultaten, dit door een speciale feed. Helaas verliep dit contract in juli van dit jaar. VoorSEO is dit jammer omdat je eerst met je tweets gemakkelijk gevonden werd in Google. Google geeft echter aan dat hoewel ze geen special feed meer hebben voor toegang tot de tweets, de informatie in Twitter die publiekelijk beschikbaar is nog wel doorzoekbaar en zichtbaar zal zijn in de zoekresultaten.
Het kan dus alsnog zo zijn dat wanneer een klant zoekt op social media marketing en jij hier net een tweet over uit hebt gestuurd je met deze tweet in de zoekresultaten komt. Dit geldt ook voor Facebook en andere social networking sites.
Online luisteren
Je kunt informatie halen uit online gesprekken door ze ‘af te luisteren’. Deze informatie haalde je normaal alleen maar uit focus groepen en is nu online verkrijgbaar. Daarbij is het ook een goede manier op je brand awareness etc te meten en zoekwoorden te achterhalen die je klanten gebruiken. Zo kun je de SEO van je website gerichter inrichten.
Netwerken
Door aanwezig en actief te zijn op social media kom je in contact met klanten en consumenten. Je kunt de interactie met ze aangaan en relaties opbouwen voor in de toekomst. Hieruit kunnen relaties naar voren komen die later handig zijn wanneer er gewerkt gaat worden aan linkbuilding.
Branding en reputatie
Er wordt op meerdere kanalen over je bedrijf/merk gepraat. Je bedrijf in combinatie met relevante zoekwoorden worden vaak gevonden. Dit kan ervoor zorgen dat je pagerank omhoog gaat.
Gebruik like en share buttons op je site
Geweldige manier om je website bezoeker aan te moedigen om informatie over je bedrijf te verspreiden. Hoe meer er over je gepraat wordt hoe makkelijk je te vinden bent.
Links
Mensen die op de kanalen over je praten of je content sharen gebruiken hiervoor vaak links. Veel van deze links zijn helaas de zogenaamde nofollow links. Een zoekmachine crawler zal dit niet zien als een link. Toch zitten er altijd een paar tussen die wel gelezen kunnen worden en deze dragen dan bij aan je zoekmachine optimalisatie.
Wil jij meer weten over zoekmachine optimalisatie of zoek je iemand die dit kan inrichten neem dan contact met ons op via 030-8200238 of via info@experius.nl
Laura Arends via www.experius.nl
De toekomst van Google+: de ultieme tool voor persoonlijke reputatie?
Een vorig jaar verschenen presentatie biedt mooie koffiedik om voorspellingen te doen over de ontwikkeling van Google+. Bouwt Google aan de ultieme tool voor het beheer en de verspreiding van je persoonlijke reputatie?
Noot: dit artikel is geschreven door Bram Koster en Tom Gouman (zie Toms profiel onderaan deze blogpost).
Vorig jaar publiceerde Paul Adams, op dat moment binnen Google’s user experience team actief als “user research lead for social”, een interessante presentatie over sociale netwerken. Het verhaal, grotendeels gebaseerd op internationaal onderzoek onder gebruikers, is blijven hangen om diverse redenen.
Een van de belangrijkste was het feit dat het verhaal duidelijk z’n wortels vond in de sociale-netwerkanalyse en de voor de hand liggende indeling van de verschillende groepen mensen die je kent: school, vereniging, werk, familie, etc. Voor de hand liggend in je gewone leven althans, want binnen sociale netwerksites als Hyves en Facebook wordt dit onderscheid niet gemaakt.
Toen vorige week Google+ werd gelanceerd mét de mogelijkheid om je online contacten in te delen in verschillende groepen , hebben we Adams’ verhaal er weer eens bij gezocht. Het blijkt inderdaad dat veel van de ‘learnings’ die hij beschrijft, hebben bijgedragen aan de manier waarop Google+ is opgebouwd.
Maar Adams gaat veel verder dan het onderscheiden van verschillende groepen. Dus hebben we bedacht: wat als we ervan uitgaan dat Google de overige lessen ook ter harte neemt, welke vernieuwingen kunnen we dan nog verwachten in Google+? En dat levert mooie inzichten op.
Samenvatting
We vatten de voor ons verhaal belangrijkste punten uit Adams’ presentatie hieronder kort samen. Maar klik vooral ook zelf door het hele verhaal voor een volledig beeld.
Het sociale web
Het sociale web zorgt ervoor dat we steeds meer tijd spenderen aan het onderhouden van contact met elkaar en minder met het consumeren van content. Dit heeft als gevolg dat onze contacten een belangrijke informatiebron voor ons worden. Onze contacten voorzien ons van informatie met betrekking tot verschillende onderwerpen, waaronder informatie over merken en producten. Daarom is het erg belangrijk om de sociale aspecten achter netwerken te leren begrijpen, hoe complex die ‘sociability’ ook is. De techniek is namelijk ondergeschikt aan wat er werkelijk gebeurt in een sociaal netwerk.
Real-life sociale netwerken
Mensen hebben in het echte leven meerdere groepen mensen met wie ze zijn verbonden. Deze verschillende groepen mensen bestaan onafhankelijk van elkaar (denk maar eens aan verjaardagen waar deze groepen samenkomen zonder samen te smelten). Je totale netwerk aan relaties bestaat vaak uit verschillende ‘clusters’. Deze cluster maken wel deel uit van hetzelfde netwerk, omdat jij degene bent die deze clusters met elkaar verbindt.
Uit onderzoek over de hele wereld blijkt dat (‘real-life’) sociale netwerken van mensen verrassend gelijk zijn: we hebben gemiddeld 4 tot 6 groepen van ‘vrienden’, waarbij elke groep bestaat uit 2 tot 10 personen.

Binnen bestaande sociale netwerksites (lees: Facebook) worden al deze vrienden op één hoop gegooid. Dat maakt het lastig om je berichten op deze diverse groep mensen af te stemmen. Berichten die je stuurt naar je vrienden hoeven niet gelezen te worden door collega’s of branchegenoten en andersom.
Relaties
Een bekende theorie over de verschillende typen relaties die mensen hebben is afkomstig van de socioloog Mark Granovetter en maakt onderscheid tussen strong en weak ties.
Strong ties
Strong ties staan voor de bindingen die je hebt met mensen die je goed kent en die dichtbij je staan, zoals je beste vrienden en familie. De meeste mensen hebben gemiddeld 4 ‘strong ties’.Dat contrasteert sterk met de grote aantallen ‘vrienden’ die mensen hebben op bijv. Facebook. (Voor Nederland zijn de verhoudingen 3 strong ties vs. 135 Facebook-vrienden, volgens dit onderzoek van Royal Club.). We hebben niet met al deze 135 vrienden regelmatig contact. Binnen onze eigen online netwerken beperken we ons vaak tot een groep van 3 tot 6 mensen met wie we regelmatig contact hebben.
Weak ties
Weak ties staan voor de bindingen met mensen die verder van je afstaan en waar je minder vaak contact mee hebt. De meeste van je collega’s zijn bijvoorbeeld weak ties. Volgens Malcolm Gladwell kunnen we, door de beperkingen van ons brein, op de hoogte blijven van niet meer dan 150 weak ties. Sociale netwerksites zorgen er niet voor dat we méér relaties hebben dan vroeger, ze zijn alleen beter zichtbaar geworden. Sociale netwerksites maken het ook makkelijker om in contact te komen en blijven met onze ‘weak ties’.
Temporary ties
Een belangrijk aspect in Adams presentatie is zijn introductie van een nieuw type binding, naast de weak en strong ties. Deze derde categorie is wat hij noemt de ‘temporary ties‘. Deze tijdelijke bindingen vormen we met mensen waarmee we geen erkende relatie hebben, maar met wie we slechts tijdelijk te maken hebben. Hierbij kan het gaan om helpdeskmedewerkers, verkopers in een winkel, mensen die reageren op jouw blogpost, YouTube-video, etc.

De toekomst van Google+
Wat kunnen we uit dit verhaal afleiden over de mogelijke toekomstige ontwikkelingen van Google+? We doen een poging.
Zoekresultaten: Invloed van ‘Strong ties’ weegt zwaarder mee
Het ligt voor de hand dat informatie uit Google+ ook wordt gebruikt bij de presentatie van zoekresultaten. Google’s Social Search was al gebaseerd op de mensen met wie je verbonden bent op diverse netwerksites (Facebook, Twitter, etc.). Vanaf nu zal ook de sterkte van deze bindingen mee gaan spelen.
Zoals beschreven, hebben strong ties een grotere invloed op je beslissingen dan weak ties. Google zal o.b.v. van je interacties de ‘strength’ van je ‘ties’ gaan bepalen en daarmee het belang van iemands input voor jouw zoekresultaten: strong ties first!
‘Liken’ is breed, ‘+1’ specifiek
Door het gebruik van verschillende ‘social circles’ worden je vrienden eenvoudig onderverdeeld. Datzelfde zal gaan gelden voor de feedback die zij geven, o.a. via de +1-button. Daarmee worden de credits die je krijgt uit je netwerk voorzien van meer context. Hieruit kan bijvoorbeeld blijken dat je veel waardering krijgt van je collega’s, maar minder van je vrienden.
Verspreiding van je profiel staat centraal
Facebook’s sociale karakter heeft een flinke duw in de rug gekregen toen het de mogelijkheid ging bieden om de Like-button op externe websites op te nemen. Op deze manier wordt het de gebruiker makkelijk gemaakt om credits te geven voor content buiten facebook. Vooralsnog blijft dit eenrichtingsverkeer. Het profiel dat door al deze interacties ontstaat, blijft beperkt tot Facebook.
Natuurlijk biedt Google+ met de +1-button dezelfde functionaliteit als Facebook’s ‘Like’, maar wij denken dat Google dit verder zal uitbreiden: Google gaat misschien wel jouw profiel delen met andere websites.

In de presentatie wordt sterk de nadruk gelegd op het vertrouwen dat nodig is tussen mensen, vooral bij ‘temporary ties’. Dat vertrouwen kan o.a. worden vergroot d.m.v. een reputatiesysteem zoals we dat kennen van bijv. Amazon. Reviews van boeken én leveranciers winnen aan betrouwbaarheid door de verstrekking van badges aan de reviewer, zoals “top 10 reviewer”, “real name” en “Amazon official”. Zonder de persoon in kwestie te kennen, geven deze kwalificaties de indruk dat de beoordeling betrouwbaarder is.
![]()
Google bevindt zich op een unieke positie om een dergelijk reputatiesysteem op te zetten dat gedeeld kan worden via andere websites:
- Google beheert je profiel. Google heeft bijv. onlangs bekendgemaakt dat het alle privéprofielen op Google+ gaat sluiten. Dit duidt erop dat Google in ieder geval minimale informatie over jou wil kunnen delen met anderen.
- Google ziet welke mensen elkaar ‘plussen’.
- Google kent de context waarin je die +1s ontvangt en uitdeelt: de ‘circle’ waarin dit gebeurt, het onderwerp waar het over gaat, etc.
- Google kent je relaties met de personen waarmee je +1s uitwisselt. Het valt te verwachten dat een +1 van een ‘weak tie’ of ‘temporary tie’ zwaarder weegt dan die van een goede vriend (vrienden zijn bevooroordeeld!)
De combinatie van al deze informatie stelt Google in staat een steeds beter beeld van of over jou te vormen, dat ze vervolgens kunnen delen met anderen. Door de veelzijdigheid aan informatie die Google beheert, kan het een steeds betrouwbaarder beeld geven van je voorkeuren, profiel en invloed. De informatie wordt steeds meer gefilterd voor jouw specifieke profiel en wordt steeds vaker aangeboden op maat, afhankelijk van de context waarin jij je bevindt.
Overigens zullen gebruikers zelf altijd in control blijven welke informatie uit je profiel getoond wordt uit het oogpunt van privacy.
Update 14 juli, 12:00u: Google kan de ingewonnen profielinformatie natuurlijk ook verkopen aan derde partijen, bijv. via de “data-marktplaats” die het zelf aan het ontwikkelen is. (Met dank aan Robert Rugebregt voor de tip.)
Conclusie
Met Google+ is er een flinke stap gemaakt in de transitie van web 2.0 naar web 3.0. We zijn benieuwd in hoeverre Google ons gaat voorzien van steeds specifiekere en op maat gemaakte informatie, en andere websites van steeds specifiekere en op maat gemaakte informatie over ons.
Paul Adams
Een aantal saillante achtergronddetails over de schrijver zijn aardig om te vermelden in dit verband:
- Paul Adams is in januari van dit jaar verkast naar Facebook – in een post op zijn eigen website van eergisteren beschrijft hij waarom.
- In diezelfde blogpost beschrijft hij ook dat Google de publicatie tegenwerkt van het boek dat Adams in zijn presentatie aankondigt, Social Circles. Dat leidde tot enkele vermeldingen in de pers, o.a. op TechCrunch en Bright.
- Tenslotte geeft Adams -wederom in de genoemde blogpost, die uitkwam na het schrijven van ons stuk hierboven- redenen om te denken dat de visie uit zijn stuk misschien niet volledig zal worden uitgevoerd, wat wel ons uitgangspunt was bij het schrijven van dit artikel. Hij schrijft: “Ultimately I felt that although my research formed a cornerstone of the Google social strategy, and I had correctly predicted how other products in the market would play out, I wasn’t being listened to when it came to executing that strategy. My peers listened intently, but persuading the leadership was a losing battle. Google values technology, not social science.”
De toekomst zal het ons leren.
Over Tom Gouman
Tom Gouman is adviseur op het gebied van web2.0 en social media bij Twynstra Gudde. Hij heeft net zijn eerste boek geschreven over online netwerken, social media en personal branding. Het boek gaat ‘#Volgjemenog?’ heten en verschijnt in september van dit jaar.
Tom is o.a. te vinden op Twitter: @tomgouman.
e-Business Nieuws
Online veiligheid is een belangrijk thema. Maar wat houdt het eigenlijk i
lees meer...Vanaf vandaag is het mogelijk om je thuis- en werklocaties op te slaan in G
lees meer...User Activity Comparison of Popular Social Networking Sites is een bericht
lees meer...



Home